Progress PHN3320X User manual

Category
Ovens
Type
User manual
Gebruiksaanwijzing
User Instructions
PHN 3320
Inbouwfornuis
Built-in cooker
2 progress
Veiligheidsinstructies
Stap-voor-stap-handleiding
Aanwijzingen en Tips
Milieu-informatie
Handleiding voor de gebruiksaanwijzing
)
Inhoudsopgave
Dit apparaat voldoet aan de volgende EG-richtlijnen:
- 2006/95(Laagspanningsrichtlijn);
- 89/336 (EMC Richtlijn);
- 93/68 (algemene richtlijn);
en daaropvolgende wijzigingen.
Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie ....................................................... 3
Beschrijving van het apparaat .......................................................................................... 5
Bediening......................................................................................................................... 6
Voordat u het apparaat in gebruik neemt.......................................................................... 7
Elektronisch programmeren ............................................................................................. 9
Gebruik van de oven ...................................................................................................... 14
Baktabellen .................................................................................................................... 18
Reiniging en onderhoud ................................................................................................. 20
Het oplossen van problemen.......................................................................................... 25
Technische gegevens ..................................................................................................... 26
Instructies voor de installateur ........................................................................................ 27
Instructies voor de inbouw ............................................................................................. 29
Klantenservice................................................................................................................ 30
FABRIKANT:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS ITALY S.p.A.
Viale Bologna, 298
47100 FORLÌ (Italy)
3 progress
Waarschuwingen en belangrijke veiligheidsinformatie
Bewaar de bij dit apparaat geleverde gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Als het
apparaat aan derden wordt geschonken of verkocht, of als u het apparaat bij
verhuizing in de oude woning achterlaat, is het belangrijk dat de nieuwe gebruiker
over deze gebruiksaanwijzing en de adviezen kan beschikken.
Deze aanwijzingen zijn bedoeld voor de veiligheid van de gebruiker en diens
huisgenoten. Lees ze dus aandachtig door, voordat u het apparaat aansluit en/of in
gebruik neemt.
Installatie
· De installatie moet verricht worden door
vakkundig personeel, met inachtneming
van de geldende voorschriften. De afzon-
derlijke installatiewerkzaamheden zijn be-
schreven in de instructies voor de
installateur.
· Laat de installatie en aansluiting uitvoeren
door een vakman, overeenkomstig de
hem, dankzij zijn vakkennis bekende
richtlijnen.
· Ook eventuele voor de installatie noodza-
kelijke wijzigingen aan de elektriciteits-
voorziening moeten door een erkend
installateur uitgevoerd worden.
· Deze oven is geschikt voor gebruik als
afzonderlijk apparaat of in combinatie
met een elektrische kookplaat, voor
aansluiting op een 1-,2- of 3-fasige
spanningsbron (of groepen) van 230 V.
De aansluiting op meerdere fasen zonder
nulleider (400 V) leidt tot het defect van de
oven en de aangesloten kookplaten.
Werking
· Deze oven is ontworpen voor de berei-
ding van gerechten; gebruik hem nooit
voor andere doeleinden.
· Tijdens de werking van de oven extra
voorzichtig zijn. Door de grote hitte van
de verwarmingselementen zijn de roos-
ters en andere delen erg heet.
· Indien u - om welke reden dan ook - alu-
miniumfolie in de oven gebruikt, laat dit
dan nooit in direct contact komen met de
bodem van de oven.
· Ga bij het reinigen van de oven voorzich-
tig te werk: sproei nooit vloeistof op het
vetfilter (indien aanwezig), de
verwarmingselementen en de
thermostaatsensor.
· Het is gevaarlijk veranderingen van welke
aard ook aan te brengen aan het appa-
raat of aan de kenmerken ervan.
· Tijdens het bak-, braad- en grillproces
worden de ovendeur en de andere on-
derdelen van het apparaat erg heet,
Houd kinderen daarom uit de buurt van
het apparaat. Indien er elektrische appa-
raten worden aangesloten op stopcon-
tacten in de buurt van de oven, let er dan
op dat de aansluitsnoeren niet in aanra-
king komen met hete oppervlakken of
vastgeklemd raken tussen de ovendeur.
· Gebruik altijd ovenwanten om vuurvaste,
hete schotels of schalen uit de oven te
halen.
· Een regelmatige reiniging voorkomt de
achteruitgang van het oppervlakte-
materiaal van de oven.
· Schakel voordat u de oven gaat reinigen
de stroom uit of haal de stekker uit het
stopcontact.
· Verzeker u ervan dat de oven in de stand
«UIT» staat, als de oven niet meer ge-
bruikt wordt.
· Het apparaat mag niet worden gereinigd
met een stoomreiniger.
· Gebruik geen schuurmiddelen of scherpe
metalen schrapers. U kunt daarmee
krassen op de deur veroorzaken en dat
kan leiden tot het barsten van het glas.
Veiligheid
· Dit apparaat is bestemd voor gebruik
door volwassenen. Het is gevaarlijk om
het door kinderen te laten gebruiken of
hen ermee te laten spelen.
4 progress
· Houd kinderen uit de buurt, zolang de
oven in werking is. Ook nadat u de oven
heeft uitgeschakeld, blijft de deur nog
lange tijd heet.
· Dit apparaat mag niet gebruikt worden
door kinderen of andere personen wiens
lichamelijke, motorische of geestelijke
gesteldheid of gebrek aan ervaring en
kennis die daardoor het apparaat niet
kunnen gebruiken zonder supervisie of
instructies van een verantwoordelijk
persoon om zeker te zijn van dat het
apparaat veilig kan worden gebruikt.
Afvalverwerking
Verpakkingsmateriaal
· De verpakking bestaat uit milieu-
vriendelijke materialen die geschikt zijn
voor hergebruik. De onderdelen van
kunststof zijn voorzien van de volgende
merktekens, bijv. >PE>, >PS< enz. Gooi
de verpakkingsmaterialen weg in over-
eenstemming met hun kenmerken bij de
gemeentelijke afvaldienst in de daarvoor
bedoelde containers.
Oude apparaten
· Het symbool op het product of op de
verpakking wijst erop dat dit product niet
als huishoudafval mag worden behan-
deld, maar moet worden afgegeven bij
een verzamelpunt waar elektrische en
elektronische apparatuur wordt
gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit
product op de juiste manier wordt verwij-
derd, voorkomt u mogelijke negatieve
gevolgen voor mens en milieu die zich
zouden kunnen voordoen in geval van
verkeerde afvalverwerking. Voor gedetail-
leerdere informatie over het recyclen van
dit product, kunt u contact opnemen met
de gemeente, de gemeentereiniging of
de winkel waar u het product hebt ge-
kocht.
Let op: Opdat een afgedankt appa-
raat geen gevaar meer oplevert, moet
het voordat het als afval wordt ver-
werkt, onbruikbaar gemaakt worden.
Trek de stekker uit het stopcontact
en verwijder de hoofdkabel van het
apparaat.
Klantenservice
· Laat controlewerkzaamheden of repara-
ties uitvoeren door de klantenservice van
de fabrikant of door een door de fabrikant
geautoriseerde klantenservice en gebruik
alleen originele onderdelen.
· Probeer nooit zelf storingen van of be-
schadigingen aan het apparaat te repare-
ren. Reparaties die door niet-deskundige
personen uitgevoerd worden, kunnen tot
schade of letsel leiden.
5 progress
Beschrijving van het apparaat
Accessoires
Rooster
Bakplaat
Braadslede
15
13
12
11
6
1097532
84
1
14
1. Bedieningspaneel
2. Knop voor kookzone linksvoor
3. Knop voor kookzone linksachter
4. Temperatuurregelaar - Controlelampje
5. Temperatuurregelaar
6. Elektronische tijdklok
7. Ovenregelaar
8. Bedrijfscontrolelampje
9. Knop voor kookzone rechtsachter
10. Knop voor kookzone rechtsvoor
11. Ventilatieopening voor de koelventilator
12. Grill
13. Ovenverlichting
14. Ovenventilator
15. Typeplaatje
6 progress
Bediening
Bedieningsknop
Door aan de thermostaatknop te draaien
kan de meest geschikte temperatuur gekozen
worden en door aan de keuzeknop te draaien
kan het meest geschikte verwarmings-
systeem gekozen worden:
0 Oven uitgeschakeld
Hete lucht
Boven- en onderwarmte
Onderwarmte
Ventilatorgrill
Grill
Ontdooien
Bedrijfscontrolelampje
Het bedrijfscontrolelampje gaat branden
als de functieknop wordt ingesteld.
Temperatuurregelknop - Controlelampje
Dit controlelampje gaat branden als er
aan de temperatuurregelknop gedraaid
wordt. Het lampje blijft branden tot de ge-
wenste temperatuur bereikt is. Daarna gaat
het knipperen om aan te geven dat de tem-
peratuur in stand wordt gehouden.
Bedieningsknop voor de kookplaat
Op het bedieningspaneel bevinden zich
de schakelknoppen voor de vier
verwarmingselementen van de kookzones.
De kookzones worden ingesteld met een
schakelaar met 9 standen waarvan de vol-
gende standen gebruikt kunnen worden:
0 = UIT
1 = Minimum
9 = Maximum
Verzonken knoppen
Deze modellen zijn voorzien van
verzonken knoppen. Deze knoppen werken
op het systeem van indrukken-uittrekken. Ze
kunnen helemaal in het paneel verdwijnen als
de oven buiten gebruik is.
7 progress
Tweekringskookzone - Inschakeling
(zie de lijst van apparaten in hoofdstuk “Tech-
nische gegevens”)
Door de kookzoneknop van stand 9 in de
stand te zetten, worden de beide
verwarmingskringen ingeschakeld
(rechtsom); “klik” is hoorbaar. Beide
verwarmingskringen worden nu tegelijk inge-
schakeld. Aansluitend wordt de gewenste
stand ingesteld (knop naar links draaien).
De bereiding van gerechten met
olie of vetten zoals bijv. frites,
mag niet zonder toezicht plaats-
vinden, daar olie en vetten bij
oververhitting gemakkelijk kun-
nen ontvlammen.
Veiligheidsthermostaat
Om gevaarlijke oververhitting te voorko-
men (door ondeskundig gebruik van het ap-
paraat of defecte onderdelen), is de oven
voorzien van een veiligheidsthermostaat, die
de stroomtoevoer onderbreekt. Zodra de
temperatuur is gedaald, wordt de oven auto-
matisch weer ingeschakeld.
Als de veiligheidsthermostaat is geacti-
veerd vanwege onjuist gebruik van het appa-
raat, hoeft u (nadat de oven is afgekoeld) al-
leen de fout te verhelpen. Wordt de thermo-
staat daarentegen geactiveerd vanwege een
defect onderdeel, neem dan contact op met
onze klantenservice.
Koelventilator
De koelventilator koelt de oven en het
bedieningspaneel af. De ventilator wordt na-
dat de oven enkele minuten in werking is au-
tomatisch ingeschakeld. Warme lucht wordt
door de afscherming in de buurt van de deur-
greep van de oven naar buiten afgevoerd. Als
de oven wordt uitgeschakeld kan de ventila-
tor nog enige tijd draaien om de bedienings-
elementen af te koelen. Dit is helemaal nor-
maal.
De werking van de ventilator hangt af
van hoe lang en op welke temperatuur
de oven gebruikt is. Het is mogelijk dat
de ventilator helemaal niet ingescha-
keld wordt op lagere temperatuur-
instellingen of als de oven maar korte
tijd gebruikt is.
8 progress
Voordat u de oven voor het eerst in gebruik neemt
Pak, om de deur te openen, altijd
de handgreep in het midden vast.
Verwijder al het verpakkings-
materiaal, zowel aan de buitenkant
als aan de binnenkant van de oven,
voordat u de oven in gebruik neemt.
Voordat u de oven in gebruik neemt, moet
de oven één keer opgewarmd worden zonder
dat u er gerechten in geplaatst heeft.
Gedurende deze tijd kan er een onaange-
naam luchtje ontstaan. Dit is helemaal nor-
maal. Het wordt veroorzaakt door fabricage-
resten.
De oven functioneert alleen als u
de klok hebt ingesteld.
Zorg ervoor dat de ruimte goed geventi-
leerd is.
1. Stel het tijdstip van de dag in met
de optie elektronisch programme-
ren (zie hoofdstuk “Elektronisch
programmeren”).
2. Draai de functieknop op hete lucht
.
3. Draai de thermostaatknop naar
250°C.
4. Zet een raam open voor de ventila-
tie.
5. Laat de lege oven ongeveer 45 mi-
nuten werken.
Herhaal deze procedure voor de functie
boven- en onderwarmte
en voor de functie
ventilatorgrill
gedurende ongeveer 5-10
minuten.
Laat de oven daarna afkoelen. Maak
een doek vochtig met warm water en
wat mild reinigingsmiddel en maak
daarmee de binnenkant van de oven
schoon.
Maak, voordat u de oven voor het eerst
gebruikt, ook alle accessoires grondig
schoon.
)
9 progress
Elektronisch programmeren
4
5
123
7
8
1. Functiekeuzetoets
2. Toets “
3. Toets “
4. Controlelampje
5. Controlelampje “Bereidingstijd”
6. Controlelampje “Einde bereidingstijd”
7. Controlelampje “Timer”
8. Controlelampje “Klok”
De oven werkt pas nadat de klok
is ingesteld.
De oven kan echter ook zonder enige
programmering bediend worden.
Als de stroom uitvalt worden alle in-
stellingen (klok, programma-instelling
of lopend programma) gewist. Als de
stroomtoevoer weer hersteld is, knip-
peren de cijfers in het display. De klok
en de timer moeten in een dergelijk
geval wel opnieuw worden ingesteld.
Om het juiste tijdstip van de dag in te stel-
len
Wanneer de stroomtoevoer wordt inge-
schakeld, of nadat de stroom is uitgevallen,
knippert het controlelampje “Klok”
op het
display.
Om de klok in te stellen:
1. Druk op toets “
” of “ ”.
2. Wacht daarna 5 seconden: het controle-
lampje “Klok”
gaat uit en op het
display verschijnt de ingestelde tijd. Het
apparaat is klaar voor gebruik.
Om het juiste tijdstip van de dag opnieuw
in te stellen:
1. Druk nogmaals op toets
om de func-
tie “Klok” te kiezen. Het overeenkomstige
controlelampje gaat knipperen. Ga dan
verder zoals hierboven is beschreven.
6
10 progress
Het tijdstip van de dag kan alleen op-
nieuw worden ingesteld als er geen auto-
matische functie (bereidingstijd of
einde bereidingstijd
) ingesteld is.
Bereidingstijd
Met deze functie wordt de oven automa-
tisch uitgeschakeld als de geprogrammeerde
bereidingstijd afgelopen is. Zet het gerecht in
de oven, kies een bereidingsfunctie en stel
de bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals
op de toets
om de functie “Bereidings-
tijd” te kiezen. Het overeenkomstige
controlelampje gaat knipperen. Ga dan
als volgt verder:
Zo stelt u de bereidingstijd in:
1. Druk op toets “
” of “ ”.
2. Wacht 5 seconden nadat u de instelling
hebt uitgevoerd: het controlelampje “Be-
reidingstijd”
gaat branden en op het
display verschijnt weer het tijdstip van de
dag.
3. Als de geprogrammeerde bereidingstijd
is verstreken, wordt de oven automatisch
uitgeschakeld. Er klinkt een geluids-
signaal en het controlelampje knippert.
Draai de functieknop van de oven en de
thermostaatknop op nul.
Om het geluidsalarm uit te schakelen een
willekeurige toets indrukken.
OPMERKING: Door het uitschakelen
van het geluidssignaal wordt de oven
weer op handmatige bediening gezet. Als
de functieknop en de thermostaat-
knoppen niet op nul gezet zijn, zal de
oven weer gaan opwarmen.
Zo annuleert u de bereidingstijd:
1. Druk nogmaals op de toets
om de
functie “Bereidingstijd” te kiezen. Het
overeenkomstige controlelampje
gaat knipperen en op het display ver-
schijnt de resterende bereidingstijd.
2. Druk op toets “
” tot “0:00” op het
display verschijnt. 5 seconden later gaat
het controlelampje uit en zal het tijdstip
van de dag weer op het display verschij-
nen.
11 progress
Einde bereidingstijd
Met deze functie kunt u de oven zodanig
instellen dat deze automatisch uitgeschakeld
wordt als de geprogrammeerde bereidings-
tijd afgelopen is. Zet het gerecht in de oven,
kies een bereidingsfunctie en stel de
bereidingstemperatuur in. Druk nogmaals op
de toets
om de functie “Einde
bereidingstijd” te kiezen. Het overeenkom-
stige controlelampje
gaat knipperen. Ga
dan als volgt verder:
Zo stelt u het einde van de bereidingstijd
in:
1. Druk op toets “
” of “ ”.
2. Wacht 5 seconden nadat u de instelling
hebt uitgevoerd: het controlelampje
“Einde bereidingstijd”
gaat branden
en op het display verschijnt weer het tijd-
stip van de dag.
3. Als de geprogrammeerde bereidingstijd
is verstreken, wordt de oven automa-
tisch uitgeschakeld. Er klinkt een
geluidssignaal en het controlelampje
knippert. Draai de functieknop van de
oven en de thermostaatknop op nul.
Om het geluidsalarm uit te schakelen
een willekeurige toets indrukken.
OPMERKING: Door het uitschakelen
van het geluidssignaal wordt de oven
weer op handmatige bediening gezet.
Als de functieknop en de thermostaat-
knoppen niet op nul gezet zijn, zal de
oven weer gaan opwarmen.
Zo annuleert u het geprogrammeerde
einde van de bereidingstijd:
1. Druk nogmaals op de toets
om de
functie “Einde bereidingstijd” te kiezen.
Het overeenkomstige controlelampje
gaat knipperen en op het display
verschijnt het geprogrammeerde Einde
bereidingstijd.
12 progress
2. Druk op toets “ ”, tot op het display het
tijdstip van de dag verschijnt. Er klinkt een
geluidssignaal en het controlelampje gaat
uit.
Combinatie van “Bereidingstijd” en
“Einde bereidingstijd”
De functies “Bereidingstijd” en “Einde
bereidingstijd” kunnen tegelijk gebruikt wor-
den om de oven automatisch in te schakelen
en later uit te schakelen.
1. Stel met behulp van de functie
“Bereidingstijd”
(stel de bereidings-
tijd in zoals beschreven in het betreffende
hoofdstuk) de tijdsduur in. Druk vervol-
gens op toets
: op het display ver-
schijnt de geprogrammeerde instelling.
2. Stel met behulp van de functie “Einde
bereidingstijd”
(stel het Einde
bereidingstijd in zoals beschreven in het
betreffende hoofdstuk) het tijdstip van het
einde van de bereiding in.
Het overeenkomstige controlelampje
gaat branden en op het display verschijnt
het tijdstip van de dag. De oven zal in- en
uitgeschakeld worden volgens de inge-
stelde programma’s.
Timer
Het timersignaal klinkt aan het einde van
een ingestelde tijdsduur; de oven blijft echter
ingeschakeld, als hij op dat moment in ge-
bruik is.
Zo stelt u de timer in:
1. Druk nogmaals op toets om de func-
tie “Timer” te kiezen. Het overeenkom-
stige controlelampje gaat knipperen.
2. Druk vervolgens op toets “
” of “
(maximaal: 2 uur, 30 minuten).
3. Wacht 5 seconden nadat u de instelling
hebt uitgevoerd. Het controlelampje van
de “Timer”
gaat branden.
4. Als de ingestelde tijdsduur is afgelopen
begint het controlelampje te knipperen
en klinkt er een geluidssignaal. Druk op
een willekeurige toets om het
geluidssignaal uit te schakelen.
13 progress
Zo schakelt u de timer uit:
1. Druk nogmaals op de toets
om de
functie “Timer” te kiezen. Het overeen-
komstige controlelampje gaat knippe-
ren en op het display verschijnt de reste-
rende tijd.
2. Druk op toets “
”, tot “0:00” op het
display verschijnt. 5 seconden later gaat
het controlelampje uit en zal het tijdstip
van de dag weer op het display verschij-
nen.
Zo schakelt u het display uit:
1. Druk tegelijkertijd op twee programmeer-
knoppen en houd ze ong. 5 seconden in-
gedrukt. Het display wordt uitgescha-
keld.
2. Om het display in te schakelen, drukt u
op een willekeurige toets.
Het display kan alleen uitgeschakeld
worden als er geen andere functies
zijn ingesteld.
14 progress
Gebruik van de oven
Belangrijk! - Leg geen aluminiumfo-
lie in de oven en plaats geen bakblik
enz. op de bodem, aangezien de
daardoor veroorzaakte hitte-
concentratie het emaille van de oven
beschadigt. Zet pannen en schalen,
hittebestendige pannen en schalen of
aluminium bakplaten altijd op het
rooster, dat in de geleiders is gescho-
ven. Wanneer levensmiddelen ver-
warmd worden ontstaat stoom, net
als in een ketel. Wanneer de stoom in
aanraking komt met de glazen deur
van de oven, wordt er condens ge-
vormd en ontstaan er waterdruppels.
Warm de lege oven altijd 10 minuten
voor, om condensvorming te beperken.
Wij adviseren u na elke bereiding de wa-
terdruppels weg te vegen.
De ovendeur moet tijdens de be-
reiding gesloten zijn.
Wees voorzichtig bij het openen van
de ovendeur. Laat hem niet “open
vallen”, maar ondersteun de deur met
de handgreep totdat hij helemaal
open is.
De oven heeft vier inzetniveaus.
De plaatsen voor de roosters worden
van de bodem van de oven geteld,
zoals aangegeven in de afbeelding.
De roosters moeten absoluut goed op
hun plaats worden gezet (zie afbeel-
ding).
Zet geen serviesgoed of schalen
rechtstreeks op de bodem van de
oven.
4
3
2
1
15 progress
Boven- en onderwarmte
1. Draai de knop op de gewenste functie
.
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
- De warmte wordt het best verdeeld op
het middelste inzetniveau. Als de onder-
kant van het gerecht een bruiner korstje
moet krijgen, zet u het op een lager
inzetniveau. Als de bovenkant een brui-
ner korstje moet krijgen, zet u het ge-
recht op een hoger inzetniveau.
- Het materiaal en de afwerking van de
bakplaat en de schalen is van invloed op
de mate waarin het voedsel een bruin
korstje krijgt. Geëmailleerde, donkere,
zware of vormen of keuken-
gereedschappen zonder beschermlaag
maken een sterkere bruining van de on-
derkant mogelijk, terwijl vormen van glas
of glanzend aluminium of gepolijste sta-
len bakplaten de hitte reflecteren en
daardoor slechts een geringe bruiner-
ende werking op de onderkant toestaan.
- Zet de gerechten altijd in het midden van
het rooster, om een gelijkmatige bruining
te bevorderen.
- Zet de gerechten op bakplaten van ge-
schikte afmetingen, zodat vloeistof niet
op de bodem van de oven kan lekken.
Zo bespaart u zichzelf schoonmaak-
werkzaamheden.
- Zet gerechten, potten of bakblikken
nooit rechtstreeks op de bodem van de
oven, deze wordt namelijk erg heet en
dan kunnen er beschadigingen ont-
staan. Bij deze instelling komt de warmte
van zowel de bovenste als de onderste
verwarmingselementen. Daarom heeft u
slechts een inzetniveau nodig voor de
bereiding. Deze instelling is met name
geschikt voor gerechten, die aan de on-
derkant extra gebruind moeten worden
zoals quiches en pasteien.
Gratins, lasagna en andere gerechten
die vooral aan de bovenkant gebruind moe-
ten worden, kunnen ook heel goed met
deze instelling bereid worden.
Onderwarmte
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
Deze functie is met name geschikt voor
het blindbakken van deeg. Deze functie kan
ook gebruikt worden voor quiches of pas-
teien, omdat het deeg van de bodem gega-
randeerd goed gebakken wordt.
Het controlelampje van de thermo-
staat blijft branden tot de juiste tem-
peratuur bereikt is. Daarna gaat het
knipperen om aan te geven dat de
temperatuur in stand wordt gehou-
den.
Hete lucht
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
- Het voedsel wordt bereid met behulp
van voorverwarmde lucht die gelijkmatig
door een ventilator in de oven wordt
rond geblazen.
- De warmte wordt snel bereikt en gelijk-
matig over alle ovenzones verdeeld. Dat
betekent dat u gelijktijdig verschillende
soorten gerechten kunt bakken, braden
en stomen. Bereiden met hetelucht ga-
randeert een snelle verwijdering van
vocht; de drogere omgeving van de
oven voorkomt dat de verschillende aro-
ma’s en smaken van het ene gerecht
naar het andere worden overgebracht.
- De mogelijkheid om gerechten op ver-
schillende inzetniveaus te bereiden bete-
kent dat u verschillende gerechten tege-
lijkertijd kunt bereiden; tot maximaal drie
bakplaten koekjes en minipizza’s, om
meteen op te eten of om ze vervolgens
in te vriezen.
- Natuurlijk kan de oven ook gebruikt wor-
den voor bereidingen op één niveau.
Daarbij kunt u het best de laagste ni-
veaus gebruiken, dan kunt u de voort-
gang makkelijker in de gaten houden.
16 progress
- Bovendien is de oven met name ge-
schikt voor het steriliseren van jam en ei-
gen vruchten op siroop en om padden-
stoelen en fruit te drogen.
Grillen
- De meeste levensmiddelen kunnen het
beste op het rooster in de grillpan gelegd
worden, hierdoor is een maximale lucht-
circulatie mogelijk en ligt het voedsel niet
in zijn eigen vet of vocht. Vis, lever en
niertjes kunnen, indien nodig, ook recht-
streeks in de grillpan gelegd worden.
- Het is het beste als de levensmiddelen,
voordat ze gegrild worden, droog zijn,
daarmee voorkomt u spatten. Strijk ma-
ger vlees en vis licht in met een beetje
olie of gesmolten boter, zodat de ge-
rechten tijdens de bereiding mals blijven.
- Groenten als bijgerecht, zoals bijvoor-
beeld tomaten en paddenstoelen, kun-
nen tijdens het grillen van het vlees onder
het rooster gelegd worden.
- Brood moet op het bovenste inzetniveau
geroosterd worden.
- Het te grillen gerecht moet zo nu en dan
omgekeerd worden.
Gebruik van de grill
Via de grill komt de directe warmte snel
tot in het midden van het bereik van de grill-
pan. Met de grill kunt u heel goed kleinere
hoeveelheden grillen. Op die manier kunt u
ook energie besparen.
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
3. Kies het geschikte inzetniveau voor het
rooster en de grillpan, afhankelijk van de
dikte van het voedsel dat u wilt grillen.
Volg daarna de aanwijzingen voor het
grillen op.
Het grill-element werkt via de thermo-
staat. Tijdens het grillen wordt de grill met
regelmatige tussenpozen in- en uitgescha-
keld, om oververhitting te voorkomen.
Ventilatorgrill
Stel voor de ventilatorgrill een
maximale temperatuur van 200°C
in.
1. Draai de functieknop van de oven op
.
2. Zet de thermostaatknop op de ge-
wenste temperatuur.
Dit is een alternatieve bereidingsmetho-
de voor gerechten die anders met de norma-
le grill bereid worden. Het grill-element en de
ventilator werken afwisselend, daardoor
wordt de hete lucht in de oven gecirculeerd.
Ontdooien
De ovenventilator werkt zonder warmte
en laat de lucht in de oven op kamertempe-
ratuur circuleren.
Controleer of de thermostaatknop op de
stand UIT staat.
17 progress
Het braadstuk minstens 15 minuten la-
ten staan, voordat u het aansnijdt, zodat het
vleesvocht niet kan weglopen.
Om rookvorming in de oven te beper-
ken, kunt u een beetje water in de braads-
lede gieten. Om condensvorming te voorko-
men, een paar keer water toevoegen. Bor-
den kunnen tot zij geserveerd worden in de
oven op de laagste temperatuur warm ge-
houden worden.
Voorzichtig!
Leg geen aluminiumfolie of
kookgerei in de oven en zet de
braadslee of het bakblik niet op
de bodem van de oven, anders
kan het emaille van de oven door
de oplopende hitte beschadigd
worden.
Bereidingstijden
De bereidingstijden kunnen verschillen al
naar gelang de samenstelling, ingrediënten
en hoeveelheid vocht in de afzonderlijke ge-
rechten.
Noteer de instellingen van uw eerste
bereidingsexperimenten, om ervaring op te
doen als u deze gerechten later nog eens
wilt bereiden.
Op basis van uw eigen ervaringen kunt u
de aangegeven waarden individueel aan-
passen.
Aanwijzingen en Tips
Bakken:
Taart en gebak vereisen gewoonlijk een
gemiddelde temperatuur (150°C-200°C).
Daarom moet de oven gedurende ong. 10
minuten voorverwarmd worden.
Doe de ovendeur niet open voordat 3/4
van de baktijd is verstreken.
Bak kruimeldeeg in een springvorm of
op een bakblik tot 2/3 van de baktijd. Ver-
volgens kunt u het garneren en afbakken.
Deze extra baktijd hangt af van de soort en
hoeveelheid van de garnering. Biscuitdeeg
moet moeilijk van de lepel lopen. De baktijd
zou door te vloeibaar deeg onnodig langer
duren.
Als er twee bakblikken met gebak tege-
lijkertijd in de oven worden geplaatst, moet
er tussen de blikken één niveau worden vrij-
gelaten.
Als er twee bakblikken met gebak tege-
lijkertijd in de oven worden geplaatst, moe-
ten deze na ongeveer 2/3 van de baktijd
worden omgewisseld en omgedraaid.
Braden:
Braad geen stukken die minder wegen
dan 1 kg. Kleiner
e stukken kunnen tijdens
het braden uitdrogen. Donker vlees, dat van
buiten goed gebraden maar van binnen roze
tot rood moet blijven, moet bij een hogere
temperatuur (200°C-250°C) worden gebra-
den.
Licht vlees, gevogelte en vis hebben
daarentegen een lagere temperatuur
(150°C-175°C) nodig. Doe bij een korte
bereidingstijd de ingrediënten voor de saus
of jus direct aan het begin in de braadslede.
Heeft het gerecht een langere bereidingstijd
nodig, voeg deze ingrediënten dan pas het
laatste half uur toe.
U kunt controleren of het vlees gaar is
met behulp van een lepel: als het vlees niet
kan worden ingedrukt, is het gaar. Rosbief
en ossenhaas, die van binnen roze moeten
blijven, moeten op een hogere temperatuur
en in kortere tijd worden gebraden.
Als u vlees direct op het rooster braadt,
plaats dan de braadslede op het onderste
niveau zodat de sappen worden opgevan-
gen.
18 progress
Boven- en onderwarmte en hete lucht
Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moeten de temperaturen aangepast
worden aan persoonlijke wensen.
(*)
Indien u gelijktijdig meer dan een gerecht wilt bereiden, adviseren wij u deze op de tussen
haakjes aangegeven niveaus te plaatsen.
Baktabellen
GEBAK
Schuimtaart 2 170 2 (1en3)* 160 45-60 in cakevorm
Zandkoekdeeg 2 170 2 (1en3)* 160 20-30 in cakevorm
Karnemelk-kwarktaart 1 175 2 165 60-80 in cakevorm
Appeltaart 1 170 2 (1en3)* 160 90-120 in cakevorm
Strudel 2 180 2 160 60-80 op bakblik
Jamtaart 2 190 2 (1en3)* 180 40-45 in cakevorm
Cake 2 170 2 150 60-70 in cakevorm
Biskuitgebak 1 170 2 (1en3)* 165 30-40 in cakevorm
Kerststol 1 150 2 150 120-150 in cakevorm
Pruimentaart 1 175 2 160 50-60 In broodvorm
Kleine cake 3 170 2 160 20-35 Op bakplaat
Koekjes 2 160 2(1en3)* 150 20-30 Op bakplaat
Schuimpjes 2 135 2(1en3)* 150 60-90 Op bakplaat
Koffiebroodjes 2 200 2 190 12~20 Op bakplaat
Soesjes 2 of 3 210 2 (1en3)* 170 25-35 op bakblik
Taartjes 2 180 2 170 45-70 in cakevorm
BROOD EN PIZZA
Wit brood 1 195 2 185 60-70
Roggebrood 1 190 1 180 30-45 In broodvorm
Broodjes 2 200 2(1en3)* 175 25-40 Op bakblik
Pizza 2 200 2 200 20-30 op bakblik
OVENSCHOTELS
Hartige taart 2 200 2 (1en3)* 175 40-50 bakvorm
Groentetaart 2 200 2 (1en3)* 175 45-60 bakvorm
Quiche 1 210 1 190 30-40 bakvorm
Lasagne 2 200 2 200 25-35 bakvorm
Cannelloni 2 200 2 200 25-35 bakvorm
VLEES
Rund 2 190 2 175 50-70 Op rooster
Varken 2 180 2 175 100-130 Op rooster
Kalf 2 190 2 175 90-120 Op rooster
Rosbief
rood 2 210 2 200 50-60 Op rooster
medium 2 210 2 200 60-70 Op rooster
doorbakken 2 210 2 200 70-80 Op rooster
Varkensschouder 2 180 2 170 120-150 Met zwoerd
Varkensschenkel 2 180 2 160 100-120 2 stuks
Lam 2 190 2 175 110-130 Bout
Kip 2 190 2 200 70-85 Heel
Kalkoen 2 180 2 160 210-240 Heel
Eend 2 175 2 220 120-150 heel
Gans 2 175 1 160 150-200 heel
Konijn 2 190 2 175 60-80 In stukken
Haas 2 190 2 175 150-200 In stukken
Fazant 2 190 2 175 90-120 heel
Gehakt 2 180 2 170 samen150 broodvorm
VIS
Forel/Zeebrasem 2 190 2(1en3)* 175 40-55 3-4 vissen
Tonijn/Zalm 2 190 2(1en3)* 175 35-60 4-6 filets
GERECHT
Boven- en onderwarmte
Hete lucht
Temp.
(°C)
Temp.
(°C)
4
3
2
1
Bereidingstijd
in minuten
OPMERKINGEN
4
3
2
1
Niveau Niveau
19 progress
De aangegeven temperaturen zijn richtgetallen. Eventueel moet de
temperatuur aangepast worden aan persoonlijke wensen.
Grillen
1e kant
Temp. (°C)
Stuks
gram
Hoeveelheid
Bereidingstijd
(minuten)
2e kant
Grillen
GERECHT
Tournedos 4 800 3 250 12~15 12~14
Biefstuk 4
600 3 250 10~12 6~8
Worstjes 8 / 3 250 12~15 10~12
Varkenskarbonades 4 600 3 250 12~16 12~14
Kip (in twee helften) 2 1000 3 250 30~35 25~30
Kebabs 4 / 3 250 10~15 10~12
Kip (borst) 4 400 3 250 12~15 12~14
Hamburger* 6 600 2 250 20-30
*Voorverwarmen 5’00'’
Vis (filets) 4 400 3 250 12~14 10~12
Sandwiches 4~6 / 3 250 5~7 /
Toast 4~6 / 3 250 2~4 2~3
Niveau
GERECHT Hoeveelheid Niveau Temp. °C Bereidingstijd (minuten)
(gr.) Onder Boven
kant kant
Opgerolde braadstukken
(kalkoen) 1000 3 200 30 ~ 40 20 ~ 30
Kip (in twee helften) 1000 3 200 25 ~ 30 20 ~ 30
Kippenpoten - 3 200 15 ~ 20 15 ~ 18
Kwartel 500 3 200 25 ~ 30 20 ~ 25
Groentegratin - 3 200 20 ~ 25 -
St. Jacobsschelpen - 3 200 15 ~ 20 -
Makreel - 3 200 15 ~ 20 10 ~ 15
Vismoten 800 3 200 12 ~ 15 8 ~ 10
Ventilatorgrill
4
3
2
1
4
3
2
1
Stel voor de ventilatorgrill een maximale temperatuur van 200°C in.
Tijden zijn exclusief voorverwarmen.
De lege oven altijd 10 minuten voorverwarmen.
20 progress
Voordat u de oven schoonmaakt,
de oven uitschakelen en laten
afkoelen.
Het apparaat mag niet
schoongemaakt worden met een
stoomreiniger.
Belangrijk: Voor elke reinigings-
handeling de stekker van het apparaat ab-
soluut uit het stopcontact halen.
Voor een lange levensduur van het ap-
paraat is het noodzakelijk de volgende
reinigingswerkzaamheden regelmatig uit de
voeren:
- Doe dit alleen bij een afgekoelde oven.
- Maak de geëmailleerde delen schoon
met een sopje.
- Gebruik geen schuurmiddelen.
- Onderdelen van roestvrij staal en de
glasplaat droogwrijven met een zachte
doek.
- Gebruik bij hardnekkige vlekken normaal
verkrijgbare reinigingsmiddelen voor
roestvrij staal of warme azijn.
Het emaille van de oven is uiterst duur-
zaam en in hoge mate resistent. De inwer-
king van hete fruitzuren (citroenen, pruimen
of dergelijke) kunnen echter op de opper-
vlakken van emaille blijvende matte en ruwe
vlekken achterlaten. Dergelijke vlekken op
het hoogglanzende oppervlak van het
emaille hebben echter geen invloed op de
functies van de oven. Reinig de oven gron-
dig na elk gebruik. Zo kunt u verontreinigin-
gen het makkelijkst verwijderen. Verder
inbranden wordt daardoor voorkomen.
Reinigingsmiddelen
Voordat welke schoonmaakmiddelen
dan ook voor uw oven gebruikt, moet u con-
troleren of ze geschikt zijn en of hun gebruik
wordt aanbevolen door de fabrikant.
Reinigingsmiddelen met bleekmiddel
mogen NIET worden gebruikt, aangezien
deze de toplaag van de oppervlakken dof
kunnen maken. Gebruik geen agressieve
schuurmiddelen.
Reiniging en onderhoud
Buitenkant reinigen
Neem regelmatig het bedieningspaneel,
de ovendeur en de afdichting af met een
zachte, goed uitgewrongen doek met warm
water en wat vloeibaar reinigingsmiddel.
Om beschadigen of verzwakken van de
glasplaten van de deur te voorkomen, moet
u het gebruik van de volgende producten
vermijden:
Huishoudelijke schoonmaakmiddelen en
bleekmiddelen
Geïmpregneerde sponsjes die niet ge-
schikt zijn voor pannen met antiaanbak-
laag
Brillo- of staalwolsponsjes
Chemische ovenreiningers of spuitbus-
sen
Roestverwijderaars
Vlekkenverwijderaars voor bad en goot-
steen
Reinig het venster aan de binnen- en
buitenkant met een warm sopje. Mocht het
binnenvenster van de deur erg verontreinigd
zijn, dan is het gebruik van een speciaal
reinigingsmiddel aan te bevelen. Gebruik
geen krabber om aangekoekt vuil te verwij-
deren.
Reinig de ovendeur NIET
wanneer de glasplaten warm zijn.
Als deze voorzorgsmaatregel
niet wordt nageleefd, kan de
glasplaat barsten.
Als de glasplaat gebarsten is of diepe
krassen heeft, is de structuur van het
glas aangetast. De glasplaat moet
vervangen worden om te voorkomen
dat hij versplintert. Neem contact op
met onze service-afdeling die u graag
advies zal geven.
Binnenkant oven
De emaillen bodem van de oven kunt u
het beste reinigen terwijl de oven nog warm
is.
Veeg de oven na elk gebruik schoon met
een zachte doek, die na elk gebruik in warm
water met zeep gewassen moet worden. Af
en toe moet de oven grondiger worden ge-
reinigd. Gebruik daarvoor een in de handel
verkrijgbare ovenreiniger.
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60

Progress PHN3320X User manual

Category
Ovens
Type
User manual

Ask a question and I''ll find the answer in the document

Finding information in a document is now easier with AI

in other languages